Download

Download

SKAO publiceert nieuw Handboek: ‘unaniem besluit’

15-06-2020

SKAO publiceert nieuw Handboek: ‘unaniem besluit’

Op 22 juni wordt Handboek 3.1 gepubliceerd, de opvolger van Handboek 3.0. SKAO interviewt leden van het Centraal College van Deskundigen (CCvD) over de totstandkoming van het nieuwe Handboek. Harald Versteeg (onafhankelijk voorzitter), Maud Vastbinder (projectleider Handboek 3.1) en Tijmen de Groot (secretaris) komen aan het woord. Waarom is er een nieuw handboek gekomen en hoe krijg je draagvlak bij zoveel partijen?


Wat bespreken jullie tijdens een CCvD-vergadering? Kun je een vergadering op hoofdlijnen beschrijven?

Tijmen: ‘Het Centraal College van Deskundigen (CCvD) bestaat uit stakeholders van de CO2-Prestatieladder. Dit zijn marktpartijen, aanbestedende diensten en NGO’s. Het is operationeel beheerder van de Ladder, verantwoordelijk voor het up-to-date houden van het certificeringsschema en functioneert als aanspreekpunt voor de Certificerende Instellingen. In het CCvD worden de wijzigingsbesluiten over het Handboek genomen. Vijf keer per jaar komen we daarom samen voor een vergadering van drieënhalf uur. Na een mededelingenrondje, het vaststellen van het verslag van vorige keer en de opvolging van actiepunten gaan we verder met het bespreken van de thema’s in het Handboek. Hoe kunnen we een bepaald thema of bepaalde tekst verbeteren? Het is de bedoeling dat iedereen de stukken van te voren nauwkeurig heeft gelezen en waar nodig met de achterban heeft gedeeld. Zo kunnen we goed de discussie aangaan.’ De vergaderingen worden door Harald voorgezeten en Tijmen treedt zelf op als secretaris.

Kunnen dat ook felle discussies zijn?

Maud: ‘ja, die discussies kunnen fel zijn. Er is veel ruimte om je mening te ventileren. Maar uiteindelijk kiezen we voor een bepaalde richting of oplossing, waar iedereen het mee eens is. En om daar te komen hebben we het soms wel tien keer over een bepaald onderwerp.’ Tijmen bevestigt dat discussies lang kunnen duren. ‘Dat komt omdat elke invalshoek wordt belicht. Soms best een uitdaging.’ Harald: ‘Maar we doen het echt samen. We weten inmiddels waar ieders gevoeligheden liggen en iedereen streeft naar consensus.’ Maud: ‘we laten alle stakeholders meedenken en input geven. Geen enkele wijziging in Handboek 3.1 is vastgesteld zonder toetsing bij de gebruikers van onze norm. Daardoor is er zo’n groot draagvlak voor de wijzigingen. Het Handboek is dan ook unaniem vastgesteld, zonder te stemmen.’

‘We laten alle stakeholders meedenken en input geven. Geen enkele wijziging in Handboek 3.1 is vastgesteld zonder toetsing bij de gebruikers van onze norm.’


Waarom was het nodig om een nieuw handboek te publiceren?

Maud: ‘In 2015 is Handboek 3.0 gepubliceerd. Dat handboek stond als een huis en verschilde fundamenteel met zijn voorganger: alle kinderziektes hadden we eruit gehaald. Maar vanaf 2015 ontstond er weer een nieuwe realiteit en ontstaan nieuwe ambities. Je vraagt je in de loop van de tijd af of het bestaande handboek nog goed werkt en of het nog het juiste doel beoogt.’ Maud vertelt dat er daarom sinds die tijd onderzoeken zijn gedaan naar specifieke elementen uit het handboek. Ook zijn er jaarlijkse klanttevredenheidsonderzoeken, waardoor ook certificaathouders die geen zitting hebben in het CCvD, input kunnen geven. ‘En daaruit bleek dat het weer tijd was voor bepaalde wijzigingen.’ Harald legt uit dat situaties uit de praktijk ook aanleiding hebben gegeven om bepaalde punten te willen verduidelijken in Handboek 3.1. ‘Soms dachten we echt ‘dit kan niet waar zijn’, als wat we bedoeld hebben in het Handboek heel anders uitpakte in de praktijk. Dan dachten we ‘ligt het nou aan de auditor, of toch aan ons? Hebben wij de toelichting niet scherp genoeg geformuleerd?’’ Maud haakt aan door aan te geven dat het CCvD in het verleden verduidelijking probeerde aan te brengen door zinnen toe te voegen, en dat nu juist gekozen is om zinnen te schrappen. Niet in de laatste plaats omdat er blijkens de onderzoeken vraag was naar een efficiënter Handboek. Maud: ‘als je gaat omschrijven wat allemaal níet mag, ben je zo honderd regels verder. Nu hebben we enkel neergezet wat wél mag, en is het aan de certificerende instelling om daar goed op te acteren.’ En wat is er dan gebeurd in al die situaties waarin het vorige handboek anders werd begrepen dan bedoeld? Tijmen legt uit dat over interpretatie-issues uitspraak wordt gedaan door de Technische Commissie (TC). Die uitspraken worden harmonisatiebesluiten genoemd. Tijmen: ‘die dertig besluiten zijn ook allemaal verwerkt in Handboek 3.1. Dat zijn dus alweer dertig onduidelijkheden minder.’

We gaan van Handboek 3.0 naar 3.1. Waarom niet naar 4.0?

Harald: ‘Sommige aandachtspunten moesten echt op korte termijn worden aangepakt, omdat uit de onderzoeken bleek dat daar heel veel vraag naar was. Voor fundamentele zaken zouden nog veel meer gesprekken nodig zijn. Wij wilden niet wachten met het doorvoeren van sommige punten.’ Maud vervolgt: ‘We hebben nu dus ook niet de eisen zelf veranderd. Alleen de toelichting op die eisen hebben we aangepast. Met minimale inhoudelijke wijzigingen gaan we straks qua impact een sprong vooruit’ Harald: ‘Klopt. We hebben het systeem niet veranderd, maar werkbaarder gemaakt. Organisaties die al goed op weg waren, zullen niet veel merken van de veranderingen. Maar voor organisaties die op het randje zaten, is het nieuwe handboek net wat scherper.’



Hoe zien jullie de toekomst van de CO2-Prestatieladder?

Tijmen: ‘Leidend blijven de signalen die we krijgen vanuit de praktijk. En daar hebben we ook een verwachting waar te maken. Er gaan zoveel organisaties aan de slag met de Ladder. De Ladder moet voor al die verschillende organisaties toepasbaar blijven of worden.’ Volgens Harald is de CO2-Prestatieladder in principe generiek voor allerlei organisaties, maar waren de pijlen in het begin vooral gericht op de bouwsector. Om andere sectoren beter te bereiken is het volgens hem noodzakelijk om in een volgende versie van het handboek, naast CO2, ook te rapporteren over overige broeikasgassen. Al deze broeikasgassen kunnen uitgedrukt worden in CO2, zogenaamde CO2-equivalenten. ‘Dat is belangrijk, omdat in andere sectoren andere broeikasgassen vrijkomen. Denk aan methaan in de intensieve veeteelt of waterzuivering. Als een organisatie bij wil dragen aan klimaatdoelstellingen, moeten ook deze emissies meegenomen worden.’ Maud kan alvast weggeven dat dit het laatste handboek is waarin deze CO2-equivalenten niet zijn opgenomen. En ook circulariteit krijgt in een volgend handboek een grotere rol. Wat Harald betreft, kan een organisatie in de toekomst alleen als een ambitieuze organisatie worden beoordeeld, als ze een strategie heeft die toewerkt naar de doelen van Parijs (CO2-neutraliteit). ‘Is een organisatie op koers om klimaatneutraal te zijn? Kijkt ze verder dan de eigen emissies en werkt ze samen met klanten en leveranciers om gezamenlijk reductie in de keten te realiseren? Die kant zou het op moeten gaan met de Ladder.’

Handboek 3.1 is vanaf 22 juni te downloaden. Lees hier meer over het CCvD.