Download

Download

VenhoevenCS gaat voor toekomstbestendige stad

19-08-2020

VenhoevenCS gaat voor toekomstbestendige stad

VenhoevenCS architecture+urbanism is het eerste architectenbureau met een niveau-5 certificaat op de CO2 -Prestatieladder. Omdat de organisatie al jaren bezig is met verduurzaming in de volle breedte, is er veel ervaring in huis en durft de organisatie groot te denken. Hoe zien steden er over vijftig jaar uit? Helga Lasschuijt, General Manager en CO2 -manager van de organisatie, geeft haar visie hierop en vertelt welke rol CO2 -reductie en circulariteit in deze ontwikkeling spelen.

Hoe lang is VenhoevenCS al met duurzaamheid bezig?

‘Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw staat duurzaamheid al op de kaart voor onze projecten. Toen er in 2015 een Europese aanbesteding werd gedaan waarbij onze klant gunningsvoordeel zou krijgen als wij ons zouden certificeren op de CO2 -Prestatieladder, hebben we dat gedaan. We waren sinds 2009 al bezig met het berekenen van onze footprint, dus de stap was niet erg groot. De meetbare, kwantitatieve aard van de CO2 -Prestatieladder vind ik erg goed.’ VenhoevenCS is sinds 2016 gecertificeerd op de Ladder en behaalde in 2017 het hoogste niveau, niveau 5.

Wat heeft de CO2 -Prestatieladder jullie gebracht?

Helga: ‘Door de Ladder hebben we heel scherp wat onze CO2 -reductiedoelstellingen zijn. Die communiceren we intern in ons bureau, waardoor er hiervan een groter besef is dan zonder de Ladder.’ Helga vertelt daarnaast dat audits of plenaire meetings over de CO2 -Prestatieladder regelmatig aanleiding geven tot het naar voren brengen van ideeën die verduurzaming binnen de organisatie stimuleren. ‘Zo kwamen onze ict-mensen al vóór corona met het idee om Teams meer te gaan gebruiken, om onze mobiliteit en daarmee CO2 -uitstoot verder te verminderen.’

Duurzaamheidsmatrix

Dat duurzaamheid leeft binnen de organisatie blijkt ook uit de stelselmatigheid waarmee VenhoevenCS hier naar kijkt en beleid op stelt. Helga legt uit dat de organisatie een matrix gebruikt waarmee wordt bepaald in hoeverre op bepaalde duurzaamheidsaspecten wordt ingezet bij een project. ‘Voor ons bestaat duurzaamheid uit vier onderdelen: CO2 -reductie, behoud van natuurlijke bronnen, verrijken van biodiversiteit en zo min mogelijk vervuiling. Als wij een ontwerp maken voor bijvoorbeeld een gebouw, proberen we op elk van die aspecten goed te scoren. Dat is lastig, want wanneer je op één van de aspecten goed scoort, is de kans is groot dat je óf geen budget overhoudt om ook het maximale op een ander aspect te behalen; óf zelfs tegen inherente tegenstrijdigheden aanloopt. Een klassiek voorbeeld van dat laatste is de hoge milieubelasting van de materialen in zonnepanelen. Anderzijds sporen we met de matrix ook juist kansen op: maatregelen die bijvoorbeeld zowel CO2 reduceren als een positieve bijdrage leveren aan ons ecosysteem. Met de matrix kunnen we al met al goede afwegingen maken.’

Steden van de toekomst

De duurzaamheidsmatrix wordt ook veelvuldig ingezet bij urbanisatieprojecten. Helga: ‘Bij zulke grote projecten kunnen we echt bijdragen aan de transitie op een versnelde manier.’ Op de vraag hoe dan op CO2 -reductie wordt ingespeeld antwoordt Helga: ‘mobiliteit is erg belangrijk om CO2 -uitstoot zo laag mogelijk te houden. De afstanden in de toekomstige stad moeten korter, nabijheid is het sleutelwoord. Alles moet lopend of met micro-mobiliteit toegankelijk zijn en auto’s moeten zoveel mogelijk geweerd worden. Deze nemen te veel waardevolle ruimte in, die we voor kwaliteit van leven kunnen gebruiken: om te aarden, elkaar te ontmoeten en voor groen.’ Helga legt uit dat er veel van zulke zelfvoorzienende microsteden bij elkaar kunnen staan, met daartussen zogenaamde ‘hubs’ waar goederen naartoe getransporteerd kunnen worden. Verdichting is volgens VenhoevenCS dus een belangrijke manier om CO2 te reduceren. In de toekomstige stad wordt circulariteit o.a. nagestreefd door systematisch herbruikbare materialen en onderdelen te gebruiken. Helga: ‘Wij maken veel gebruik van demontabele elementen, die op verschillende projecten in te zetten zijn. We denken in systemen: bij het ene project denken we al aan het volgende. Zo hebben we onderdelen uit een sportcentrum, dat gesloopt ging worden, al voorbestemd voor een sportcentrum dat daarna gebouwd zou worden. Bij een ander project hebben we bewust onbehandeld aluminium gebruikt in plaats van traditioneel gecoat aluminium, zodat we het later gemakkelijker kunnen hergebruiken. Deze systemische manier van werken is, samen met onze grote investering in onderzoek en bureaubrede kennisontwikkeling, ook hoe VenhoevenCS zich onderscheidt van andere architectenbureaus.’

Is het ontwikkelen van toekomstbestendige steden wel economisch haalbaar?

‘In de jaren ‘90 was onze werkwijze lastiger uit te voeren, die botste toen nog sterk met de economisch rendabele denkwijze. Nu willen opdrachtgevers zelf ook vaker duurzaam bezig zijn en is de vraag eerder of zij bepaalde risico’s durven nemen. Bijvoorbeeld om materiaal te gebruiken dat duurzaam is, maar nog niet door en door getest.’ Toch is het ook nu nog zo dat klanten andere belangen hebben dan duurzaamheid en dat rendabiliteit nog op basis van de oude economie wordt berekend. ‘Logisch,’ vindt Helga, ‘maar daarom zijn wij nu aan het onderzoeken hoe we ander kapitaal dan financieel kapitaal meetbaar en berekenbaar kunnen maken.’ Kapitaal zoals gezondheid, sociaal welzijn, natuurlijke bronnen en infrastructuur kan dan meegenomen worden in de berekeningen: als zulk kapitaal gelijk blijft of groeit, draagt dat ook bij aan de rendabiliteit. (red.: naar de ‘Four-Capital Method’ van Paul Ekins) ‘Met die denkwijze ontstaat ruimte voor opdrachtgevers, ontwikkelaars of beleggers om andere projecten aan te trekken. Bijvoorbeeld projecten waarbij veel meer CO2 gereduceerd wordt.’

Lees hier meer: Onderzoek ‘Stad van de toekomst’: hoe Rotterdam Alexander duurzamer kan worden gebouwd; Ketenanalyse VenhoevenCS over schaduwkosten van materialen.