arrow_back

Klimaatrapport IPCC: Met onmiddellijke en enorme wereldwijde maatregelen

Het IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change) heeft op maandag 8 oktober haar rapport uitgebracht over de beperking van de temperatuurstijging tot 1,5 °C in plaats van 2 °C. Een opwarming van 2 °C in plaats van 1,5 °C heeft een grotere negatieve impact op planten, dieren en mensen en kan tot onomkeerbare gevolgen leiden.

Het IPCC verwacht dat rond 2040 de stijging met 1,5 °C een feit is. De wereldwijde uitstoot moet tussen nu en 2030 worden gehalveerd en in 2050 nul zijn om een verdere stijging te voorkomen. De zeer grootschalige inzet van CO2-afvang en opslag  is onvermijdelijk. Met de huidige toezeggingen van het Parijse Klimaatakkoord koersen we af op een temperatuurstijging van 3 °C in 2100.

1,5 °C  versus 2 °C temperatuurstijging

Wat is het verschil tussen 1,5 °C en 2 °C? Een greep uit de resultaten van het IPCC onderzoeksrapport ‘Global Warming of 1,5 degrees Celsius’:

-          Bij 2 °C in plaats van 1,5 °C worden hitte-extremen enkele graden hoger, ontstaat meer extreme neerslag en neemt de kans op extreme droogte en neerslagtekorten toe.

-          De gemiddelde voorspelling van de zeespiegelstijging in het jaar 2100 wordt 10 centimeter hoger bij een opwarming van 2 °C. Belangrijker is dat er een redelijke mate van zekerheid is dat delen van Groenland en Antarctica definitief gaan smelten als we richting de 2 °C, met vele meters zeespiegelstijging als gevolg. 

-          De gevolgen voor de natuur zijn aanzienlijk groter. Ondiepe koraalriffen zullen bij een opwarming van 1,5 °C tussen 70 tot 90 procent verdwijnen. Bij een opwarming van 2 °C verwachten de wetenschappers dat ondiepe koraalriffen volledig verdwijnen. Het zee-ijs op de Noordpool zal in de zomer definitief verdwijnen, inclusief de soorten die daarvan afhankelijk zijn. Bij  1,5 °C zal 8 procent van de planten, 6 procent van de insecten en 4 procent van de gewervelden de helft van hun leefgebied kwijtraken. Bij 2 °C is sprake van een verdubbeling.

1,5 °C  met enorme inspanningen nog haalbaar

“Het is bijna onmogelijk om de uitstoot wereldwijd in 2030 te halveren. Het betekent dat de rijke landen, zoals Nederland, de uitstoot nog veel verder terug moeten dringen en de armste landen op veel grotere schaal moeten helpen hun uitstoot terug te dringen”, zegt Sible Schöne, directeur van het HIER Klimaatbureau en de Stichting voor Klimaatvriendelijk Aanbesteden en Ondernemen (SKAO). Volgens Schöne gaat het daarbij niet meer alleen om de meest kwetsbare mensen in arme landen en de natuur. Het gegeven dat bij 2 °C ook Groenland en delen van Antarctica definitief kunnen smelten met op termijn 10 – 20 meter zeespiegelstijging als gevolg, moet ook voor Nederland reden zijn snel door te pakken.

“Elk extra beetje opwarming is van belang, vooral omdat opwarming van 1,5 °C of hoger het risico verhoogt dat geassocieerd is met langdurige of onomkeerbare veranderingen, zoals het verlies van bepaalde ecosystemen”, zegt Hans-Otto Pörtner, covoorzitter van een werkgroep van het IPCC, in een persbericht. De wetenschappers hebben ook goed nieuws te melden. De acties die noodzakelijk zijn om de temperatuurstijging op 1,5 °C te houden, worden al ondernomen. Het moet alleen veel sneller en grootschaliger, aldus het IPCC. Als voorbeeldmaatregel om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 °C, noemt de organisatie het vergroten van het wereldwijde aandeel in hernieuwbare energie.

Het IEA (International Energy Agency) verwacht dat het aandeel in hernieuwbare energie de komende vijf jaar zal stijgen tot 40 procent van de wereldwijde energievoorziening. Dit is onder andere mogelijk dankzij technologische innovaties op het gebied van schone energie en het gebruik van bio-energie als alternatieve warmtebron voor gas.

Op dit moment bestaat de wereldwijde energievoorziening voor 24 procent uit hernieuwbare energie,
Next: