arrow_back

De CO2-Prestatieladder heeft potentie als opvolger van MJA3-convenant

Deze conclusie wordt getrokken in een onderzoek dat is uitgevoerd door Arcadis in opdracht van Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) en de Unie van Waterschappen.

Deze conclusie wordt getrokken in een onderzoek dat is uitgevoerd door Arcadis in opdracht van Stichting Klimaatvriendelijk Aanbesteden & Ondernemen (SKAO) en de Unie van Waterschappen. Het onderzoek licht uit in hoeverre de CO2 -Prestatieladder als managementsysteem voor organisaties geschikt is als mogelijke opvolger van het convenant Meerjarenafspraken energie-efficiëntie (MJA3).

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste verplichtingen uit het MJA3-convenant worden ingevuld door een CO2 -Prestatieladder certificering op niveau 3. Ook uit een toetsing bij drie sectoren (waterschappen, ICT-sector en railsector) blijkt dat de CO2 -Prestatieladder een mogelijke opvolger zou kunnen zijn van het MJA3-convenant.


Aanleiding voor het onderzoek is dat in 2020 het MJA3 convenant afloopt, een convenant waar ruim 1000 organisaties in Nederland aan meedoen, waaronder ook de waterschappen. Meerdere sectoren en bedrijven onderzoeken een mogelijke opvolger voor de gestructureerde aanpak voor energiebesparing die de MJA3 kent.

 

In het onderzoek is gekeken in hoeverre de CO2 -Prestatieladder als managementsysteem voor organisaties geschikt is als opvolger van de MJA3. Hierbij is gekeken vanuit het perspectief van de deelnemende organisaties wat zowel de overeenkomsten als de verschillen tussen beiden zijn. Naast een algemene vergelijking tussen beide instrumenten, is ook nader ingegaan op ervaringen in drie sectoren met beide instrumenten. Dit zijn de ICT-sector, de waterschappen en de railsector. Deze drie sectoren kenmerken zich door deelnemers met een veelheid aan inrichtingen.

 

De Unie van Waterschappen is mede-opdrachtgever van het onderzoek omdat de waterschappen ook op zoek zijn naar een opvolger van het MJA3-convenant. Het voortzetten van een sectorale afspraak waarbij een concernaanpak centraal staat en een intensievere maatregelmonitoring zijn hierin belangrijke wensen. Sinds 2011 monitoren de waterschappen via de Klimaatmonitor Waterschappen jaarlijks de voortgang van de doelstellingen op het gebied van energie, klimaat en duurzaamheid van de waterschappen. Steeds meer waterschappen vullen de Klimaatmonitor Waterschappen aan met een certificering op de CO2 -Prestatieladder. Inmiddels zijn ruim 2/3 van alle waterschappen betrokken bij een Community of Practice CO2 -Prestatieladder voor waterschappen en is het eerste waterschap reeds gecertificeerd.

 

Overeenkomsten en verschillen

Er zijn veel overeenkomsten tussen de CO2 -Prestatieladder en het MJA3-convenant zoals het centraal stellen van een energiezorg- of CO2 -managementsysteem. In het onderzoek worden de CO2 -Prestatieladder, MJA3 en de Klimaatmonitor Waterschappen middels tabellen naast elkaar gelegd, met als resultaat een objectieve vergelijking op variabelen zoals: scope, doel, controle, datakwaliteit, rapportage, vrijstellingen, etc.

 

Naast overeenkomsten zijn er ook verschillen. Een verschil is dat MJA3 de focus heeft op energiebesparing en -efficiency, terwijl de ladder vanaf niveau 3 het energieverbruik kwantificeert naar CO2 -uitstoot. Vanuit MJA3 is er geen verplichting tot openbare publicaties terwijl dat transparantie en communicatie (over doelstellingen, ambities en voortgang) binnen de CO2 -Prestatieladder één van de vier pijlers van het systeem is.

Een ander verschil is dat tijdens de looptijd van MJA3, deze organisaties een vrijstelling hebben voor de Informatieplicht Energiebesparing en voor de EED-energie audit. Organisaties met een ladder certificaat vanaf niveau 3 hebben alleen een vrijstelling voor de EED-audit verplichting.

 

Aandachtspunten

De CO2 -Prestatieladder kan een zinvolle opvolger van MJA3 zijn. Er zijn dan wel een aantal aandachtspunten waar naar gekeken moet worden:

  • Periodiek meerjarenplan, vooruitkijken en maatregelmonitoring op sectorniveau

Wanneer MJA3 afloopt, zal ook het vooruitblikken en monitoren van energiebesparing en energieopwekking op sectorniveau wegvallen. Door de huidige manier van rapporteren is het voor MJA3 sectoren mogelijk om op sectorniveau de vooruitblik en de realisatie op te tellen.

Aanvullend aan de eisen van de CO2 -Prestatieladder zou ervoor gekozen kunnen worden om op sectorniveau afspraken te maken over de wijze van berekenen van geplande en gerealiseerde besparingen (energie en CO2 ) en deze op een vast moment in het jaar te bundelen.

 

  • Vrijstelling wettelijke verplichtingen

Uit de toetsing aan de praktijk blijkt dat de drie sectoren (waterschappen, ICT-sector en railsector) bezorgd zijn over een mogelijke administratieve lastenverzwaring wanneer de looptijd van MJA3 afgelopen is. De concernaanpak binnen de MJA3 is een instrument om compliance tot relevante energiewetgeving op efficiënte manier te regelen. Als met de afloop van MJA3 ook de huidige vrijstelling op de informatieplicht vervalt, verwachten bedrijven en organisaties met veel inrichtingen dat de administratieve last om te voldoen aan energiewetgeving (zoals de informatieplicht) door het wegvallen van een concernaanpak vele malen hoger zal zijn dan de meerwaarde die het hen biedt op het gebied van energie-efficiency.

 

Het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK) is inmiddels een traject gestart voor onderzoek naar een opvolger van het MJA3-convenant. De gesprekken hierover zijn gestart. Met betrokkenen wordt nu gekeken hoe aan bovenstaande zorgpunten invulling gegeven kan worden.

De Unie van Waterschappen raadt de Waterschappen aan zich verder te oriënteren op certificering op de CO2 -Prestatieladder. Benieuwd naar het hele rapport? Klik hier.

 

Prev:
Next: