arrow_back

Hoogheemraadschap van Delfland ‘trots op 1000ste certificaat’

Op 10 november ontving Hoogheemraadschap van Delfland het 1.000ste CO2-Prestatieladdercertificaat. Het waterschap heeft zich gecertificeerd op niveau 3. Naar aanleiding van dit heuglijke nieuws sprak SKAO met Oscar Helsen, Coördinator Energie, en Bas Nanninga, projectleider voor de implementatie van de CO2-Prestatieladder bij Delfland. Zij spraken over klimaatambities, het betrekken van burgers en bedrijven bij duurzaamheid, en CO2-reductie als het nieuwe normaal.

Waarom zijn jullie aan de slag gegaan met de CO2-Prestatieladder?

Helsen: ‘Wij vragen naar het niveau waarop onze aannemers zijn gecertificeerd op de CO2-Prestatieladder. Dan is het gek als wij ons als opdrachtgever niet laten certificeren. We werken al jarenlang aan het terugdringen van ons energiegebruik voor de Klimaatmonitor van de Unie van Waterschappen en om te voldoen aan de Meerjarenafspraak energie-efficiency (MJA3). Onze inspanningen voor energie-efficiëntie hebben we nog niet eerder gekoppeld aan een certificeringssysteem. Wel waren we al gewend om te werken volgens de Plan-Do-Check-Act (PDCA)-cyclus voor energie-efficiëntie, dus om dat dan ook toe te passen op CO2-reductie was een logische vervolgstap.’

Nanninga: ‘Bestuur en directie hebben de ambitie dat wij in 2025 energie- en in 2050 klimaatneutraal zijn. Vanuit die ambitie heeft ons hoogheemraad Ruud Egas ook het estafettestokje in ontvangst genomen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Daarmee hebben wij ons gecommitteerd aan de implementatie van de Ladder en hebben wij de CO2-Prestatieladder binnen de organisatie op de kaart gezet. En nu mogen we het 1.000ste certificaat in ontvangst nemen. Daar zijn we zeker trots op!’

Wat heeft de Ladder jullie zoal opgeleverd? 

Helsen: ‘Je gaat op een andere manier kijken naar organisatieprocessen. Eerst lag de focus vooral op kerntaken en financiën, en met de Ladder is er een belangrijke indicator bijgekomen, namelijk broeikasgasemissies. De CO2-Prestatieladder dwingt je als het ware om daarover met elkaar in gesprek te gaan. Dat doen wij met ons Energie&CO2 team. Door hierover in gesprek te gaan, zie je dat je elkaar kunt inspireren op het gebied van CO2-reductie. Implementatie van de CO2-Prestatieladder heeft vooral geleid tot een grotere bewustwording binnen onze organisatie.’

'Implementatie van de CO2-Prestatieladder heeft vooral geleid tot een grotere bewustwording binnen onze organisatie.’

‘We voeren ook gesprekken over kortcyclisch en langcyclisch CO2 bij de maatregelen die we nemen op het gebied van CO2-reductie, bijvoorbeeld op een afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI). De Ladder zorgt ervoor dat we beter nadenken over waar onze CO2-uitstoot precies vandaan komt, en wat we er zowel op de lange termijn als op de korte termijn tegen kunnen doen. Omdat we erover nadenken, ga je automatisch aan de slag met de volgende niveaus, omdat je als organisatie daarin wil verbeteren.’

Nanninga: ‘Er zijn ook medewerkers die de effecten van hun maatregelen tegen CO2-reductie niet terugzien in de CO2-footprint die we hebben berekend naar aanleiding van de CO2-Prestatieladder. Ze zijn dan teleurgesteld dat hun maatregelen niet in de CO2-footprint wordt meegerekend, maar dat komt doordat we nu nog bezig zijn met scope 1 en 2 van de Ladder, en scope 3 nog niet in beeld hebben. Wij zien het als een positief teken dat de organisatie klaar staat om ook het volgende niveau van de Ladder te behalen. Als we nu eenmaal bezig zijn, willen we het wel goed doen en ermee door blijven gaan.’

Welke maatregelen zijn dat dan?

Nanninga: ‘We zijn vorig jaar overgestapt op Nederlandse windenergie voor het grootste deel van ons elektriciteitsverbruik. Dat is een goede eerste stap geweest. Daarnaast zijn we in het kader van MJA3 jaren bezig geweest met energiebesparing, dus de afgelopen jaren zijn er veel maatregelen genomen, zoals zuinigere waterpompen en optimalisatie van onze afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI).’

Helsen: ‘We werken nu hard aan het vergroten van onze duurzame energieproductie. In 2021 willen we meer gebruik maken van elektriciteit uit windenergie. Verder gaan we ook zelf investeren in windmolens en zonneparken. Ook werken we aan duurzaam vervoer, bijvoorbeeld door nog meer dienstauto’s te elektrificeren. We zijn hier al lang mee bezig, dus dit is een rijdende trein.’

Nanninga: ‘We zijn ook actief betrokken in de regionale energiestrategie. Zo ondersteunen wij gemeenten en ontwikkelaars wanneer ze gebruik willen maken van aquathermie. Bij aquathermie moet je denken aan verwarmen van woningen en bedrijven door middel van warmtewinning uit oppervlaktewater en afvalwater.'

Helsen: ‘Bij restwarmte uit onze AWZI gaat het om warmtewinning uit effluent. Effluent is gezuiverd afvalwater dat wordt afgevoerd naar zee of naar een rivier. Dit water heeft een temperatuur die redelijk constant blijft en nog relatief warm is in de winter, en door middel van een warmtewisselaar kun je daar warmte uit terugwinnen. Het is dus duurzame warmte die wij vervolgens kunnen leveren aan een warmtenet om woningen mee te verwarmen.'

En waar moeten deze maatregelen toe leiden? 

Nanninga: ‘Met onder andere de genoemde CO2-reductiemaatregelen willen we in 2050 klimaatneutraal zijn. Dat klinkt ver weg, maar wij zien het als een gezamenlijke ambitie die we in samenwerking met onze partners willen bereiken. Bijvoorbeeld: op het moment dat we inkopen, willen we ook dat het klimaatneutraal is. Vandaar dat we ruim de tijd nemen om ook onze ketenpartners hierin mee te krijgen.’

‘In 2025 willen we al energieneutraal zijn en 35% van onze CO2-emissie hebben gereduceerd. Energieneutraal betekent dat we tenminste evenveel energie duurzaam opwekken als we verbruiken. Bij het zuiveren van afvalwater wordt er slib gevormd. Dit slib kun je in een vergistingstank stoppen en zo produceer je biogas. Biogas kun je gebruiken om elektriciteit van te maken maar je kunt het ook opwerken tot aardgaskwaliteit en aan het aardgasnet leveren. Op die manier produceren wij groene energie. Daarnaast gaan we ook in zonne- en windenergie investeren. Ook daarin zoeken wij de samenwerking op met partners.’

Helsen: ‘Er zijn twee locaties waarop Delfland wil participeren in windmolens. Op één van die twee locaties wordt een windmolen gerealiseerd vanuit een bewonerscollectief. Om ervoor te zorgen dat er voldoende investeringsbudget is financieren we als lokale overheid samen met het bewonerscollectief in de windmolen. Op die manier kunnen de lokale bewoners de opgewekte windenergie ook gegarandeerd zelf afnemen.

Dergelijke initiatieven sluiten aan bij onze visie om als regio klimaatneutraal te worden en ons steentje bij te dragen. Alleen samen kunnen we het waarmaken.’

Prev:
Next: