arrow_back

Bij dit miljardenproject in België zijn de opdrachtnemers in elk geval tot 2030 en op projectniveau gecertificeerd

In Antwerpen wordt de ring rondom de stad rond gemaakt, compleet met ondergrondse (en gestapelde) tunnels. Bij het gigantische project werd de CO2-Prestatieladder ingezet, maar niet zoals dat normaliter gebeurt. Het had namelijk best wat voeten in de aarde. Toch hoopt beheermaatschappij Lantis dat de Ladder zal bijdragen aan een zo duurzaam mogelijke uitvoering van het miljardenproject.

Een nieuwe snelwegtunnel onder de Schelde en het Albertkanaal, het overkappen en verdiepen van snelwegen, de aanleg van een nieuw knooppunt, de realisatie van nieuwe parken, pleinen en 35 kilometer aan nieuwe fietspaden… Het zijn slechts enkele onderdelen van het Project Oosterweelverbinding, dat in 2030 afgerond moet zijn. Het doel? De Ring van Antwerpen weer rond maken én in harmonie brengen met haar omgeving. Op die manier moet Antwerpen toegankelijker, leefbaarder én groener worden.

Om deze ambitieuze taak tot een goed einde te brengen, werd Lantis (Leefbaar Antwerpen door Innovatie en Samenwerken) in het leven geroepen. De beheermaatschappij is verantwoordelijk voor de aanbesteding van de verschillende onderdelen van het project en werkt in samenspraak en samenwerking met aannemers aan de uitvoering ervan.

Vijf onderdelen

Omdat de Oosterweelverbinding zo’n groot project is, werd het onderverdeeld in vijf onderdelen, die naast elkaar worden uitgevoerd:

  • Linkeroever en Zwijndrecht: 400 miljoen euro (exclusief kosten voor leefbaarheidsprojecten, zoals geluidswallen), van 2018 tot 2025.
  • Scheldetunnel: 600 miljoen euro, van 2020 tot 2027.
  • Oosterweelknooppunt & renovatie Royerssluis: 500 miljoen euro, van 2021 tot 2030.
  • Kanaaltunnels en R1-Noord: 2,3 miljard euro, van 2022 tot 2030.
  • Verkeers- en tunnel-technische installaties: 500 miljoen euro.

Nadruk op samenwerking

Lantis pakte de aanbesteding en uitvoer van het project bewust anders aan dan de norm is in de Belgische bouwwereld. Tom Boydens, HSSE Manager bij Lantis, vertelt: 'We gaan aan de slag met een conceptplan, waarbij veel onderdelen van het uiteindelijke ontwerp bewust nog niet vaststaan. Die worden tijdens de uitvoering bedacht en ontwikkeld, in samenwerking met de uitvoerende partijen. Op die manier hopen we tot de meest innovatieve oplossingen te komen.'

Ook de contractvorm met de uitvoerende partijen is anders, vervolgt Boydens: 'We zagen dat klassieke bouwcontracten tekort schieten om met de complexiteit van grote infrastructuurwerken om te gaan. Daarom pionieren we in België met de contractvorm NEC4 (New Engineering Contract, editie 4, red.) Deze contractvorm stuurt aan op gezamenlijke verantwoordelijkheid. Aanbesteder en aannemer staan in nauw overleg tijdens de werken en komen samen tot de meest geschikte oplossingen.'

Inzet van de CO2-Prestatieladder

Project Oosterweelverbinding is één van de pilotprojecten in België waar geëxperimenteerd wordt met de CO2-Prestatieladder (dit project is daar een ander voorbeeld van). Normaliter zorgt certificering op de CO2-Prestatieladder voor een fictieve korting (ofwel gunningvoordeel) als de Ladder ingezet wordt bij een aanbesteding. Maar bij Project Oosterweelverbinding was dat geen optie, vertelt Boydens: ‘Dit is zo’n groot project, met zo’n hoge kostprijs en zulke hoge risico’s voor de aannemers, dat maar heel weinig partijen zich kandidaat stelden.”

'De partijen die zich wel kandidaat stelden, waren tijdelijke consortia van meerdere bedrijven,' vervolgt hij. 'Met andere woorden: we hadden de luxe niet om te kiezen. Bij sommige deelprojecten bleef er zelfs maar één consortium over. Het gangbare systeem van de CO2-Prestatieladder kon dus niet toegepast worden bij dit project.'

Niveau 5 op de Ladder

Hoe zette Lantis de CO2-Prestatieladder dan wel in? Door er afspraken over te maken met de aannemende partij. 'Voor het deelproject Kanaaltunnels en R1-Noord hebben we bijvoorbeeld met het uitvoerende consortium ROCO afgesproken dat uiterlijk één jaar na de contractdatum niveau 3 op de CO2-Prestatieladder behaald moet zijn. Na vijf jaar moet dat niveau 4 zijn,' aldus Boydens.

De bedrijven binnen dat consortium zijn BAM Contractors, Besix, Cordeel, Deme, Denys, Franki Construct, Jan de Nul, Van Laere en Willemen Infra. De meeste van die bedrijven zijn inmiddels al bekend met de CO2-Prestatieladder en hadden geen enkel probleem met die eis. 'Sterker nog, de leden van het consortium hebben zelf voorgesteld om voor niveau 5 op de Ladder te gaan,' aldus Boydens.

Of de certificering op de Ladder op projectniveau of bedrijfsniveau zal plaatsvinden, is vooralsnog onduidelijk. Maar Boydens hoopt dat het op bedrijfsniveau gebeurt. 'Na 2030 is het consortium klaar en houdt het op te bestaan. Maar de ervaring leert dat als bedrijven zich op bedrijfsniveau laten certificeren, ze ook gecertificeerd blijven. Dat zou natuurlijk het mooiste zijn.'

Samenwerken aan duurzaamheid

Maar zelfs op projectniveau kan certificering op de CO2-Prestatieladder veel impact maken. Certificering op de Ladder is immers een jaarlijks terugkerend fenomeen en de Oosterweelverbinding is een project dat tot 2030 duurt. Samenwerking tussen aanbesteder en aannemer is daarbij essentieel, stelt Boydens. 'Het is de bedoeling dat de aannemers een duurzaamheidsplan maken en CO2-reducerende maatregelen opperen. Vervolgens bekijken we in samenspraak wat wel en niet haalbaar is. De balans tussen CO2-reductie en het financiële plaatje is immers ook belangrijk. We hebben al verschillende gesprekken gevoerd met de aannemers over CO2-reducerende maatregelen.'

Welke duurzame maatregelen er precies getroffen zullen worden tijdens het project is vooralsnog niet bekend. 'Maar het is bijvoorbeeld geen discussiepunt meer dat er zoveel mogelijk gebruik gemaakt wordt van groene stroom. Hetzelfde geldt voor het gebruik van vaste stroompunten, in plaats van generatoren.'

Echte impact maken

Lantis koos ervoor om geen harde doelstellingen te stellen als het gaat om CO2-reductie. Daar zijn verschillende redenen voor. Het heeft bijvoorbeeld te maken met de werkwijze van de beheersmaatschappij. 'Zoals gezegd, het ontwerp van de Oosterweelverbinding is nog niet af. Dat wordt gaandeweg en in samenspraak met de aannemers bepaald. Dat maakt het lastig om een CO2-reductiedoelstelling te bepalen. Want één extra procent CO2-reductie kan zomaar gepaard gaan met miljoenen extra euro’s aan kosten.'

Maar Lantis heeft wel degelijk de ambitie om duurzame impact te maken. 'Dat staat ook in onze beleidsverklaring Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen,' aldus Boydens. 'We willen op het gebied van leefbaarheid, veiligheid en milieu echt verschil maken.' De Ladder helpt daarbij, besluit hij: 'het stelt ons in staat om meer en beter mee te denken met de aannemers, over de inspanningen die zij gaan doen op het gebied van CO2-reductie. Als aanbesteder zijn we nu veel meer betrokken bij dat proces.'

Prev:
Next: